Bruinvis in de Waddenzee: vaste bewoner of toevallige gast?

De bruinvis in de Waddenzee is geen zeldzame verschijning meer. Waar je deze kleine dolfijnachtige vroeger alleen af en toe zag langstrekken, worden bruinvissen tegenwoordig steeds vaker gesignaleerd in de Waddenzee, en onderzoekers vragen zich inmiddels serieus af of de Waddenzee zijn eigen, vaste bruinvispopulatie heeft.

De zoekintentie achter dit onderwerp is een informatieve uitleg: mensen willen begrijpen wat de bruinvis doet in de Waddenzee, hoe het zit met zijn aanwezigheid daar en wat dat betekent. Dit artikel gaat daar diep op in.

Heeft de Waddenzee een eigen populatie bruinvissen?

Die vraag staat volop in de wetenschappelijke aandacht. De Waddenacademie schreef in juni 2024 dat bruinvissen steeds vaker in de Waddenzee worden waargenomen. De kernvraag is daarbij: gaat het om dieren die alleen tijdelijk binnenkomen vanuit de Noordzee, of is er een groep die de Waddenzee echt als vast leefgebied gebruikt?

Een “eigen populatie” betekent in dit geval dat een deel van de dieren structureel in het gebied verblijft, er foerageert, en er mogelijk ook jongen grootbrengt. Dat is iets anders dan doortrekkende individuen die de Waddenzee af en toe aandoen. Wetenschappers gebruiken fotoherkenning van vinnen en genetisch onderzoek om te achterhalen of steeds dezelfde individuen terugkeren. De resultaten van dat soort onderzoek bepalen uiteindelijk of de Waddenzee echt als thuisgebied van een bruinvisgroep kan worden aangemerkt.

Waarom komen bruinvissen vaker voor in de Waddenzee?

De toename van bruinvissen in de Waddenzee hangt samen met meerdere factoren. Ten eerste is de totale bruinvispopulatie in de zuidelijke Noordzee de afgelopen decennia sterk gegroeid. Meer dieren betekent ook meer kans op waarnemingen in aangrenzende gebieden zoals de Waddenzee.

Ten tweede is de Waddenzee een voedselrijk gebied. De ondiepe getijdenwateren zitten vol met kleine vissoorten als zandspiering, haring en sprot, precies het soort prooi waar een bruinvis op jaagt. Voor een dier dat dagelijks een groot deel van zijn lichaamsgewicht aan vis eet, is dat een sterke aantrekkingskracht.

Ten derde speelt de verbetering van de waterkwaliteit een rol. Door strengere regels voor lozingen en betere bescherming van het Natura 2000-gebied is de ecologische toestand van de Waddenzee de afgelopen jaren verbeterd. Dat trekt meer vis aan, en daarmee ook de dieren die op die vis jagen.

Waar en wanneer zie je bruinvissen in de Waddenzee?

Bruinvissen in de Waddenzee zijn het vaakst te zien in de diepe geulen, zoals de zeegaten tussen de Waddeneilanden. Die geulen bieden een directe verbinding met de Noordzee en zijn ook de plekken waar visscholen zich ophouden rond eb en vloed. Veerdiensten naar de eilanden varen regelmatig door deze geulen, wat ze toevallig ook goede uitkijkpunten maakt.

Qua seizoen zijn de meeste waarnemingen gemeld in de lente en zomer, maar bruinvissen zijn het hele jaar door aanwezig in de wateren rondom de Waddenzee. Ze zijn niet seizoenstrekkers in de klassieke zin, hoewel de aantallen kunnen wisselen afhankelijk van de beschikbaarheid van prooi.

Bedreigingen voor de bruinvis in de Waddenzee

De Waddenzee biedt voedsel, maar ook risico’s. Bruinvissen zijn gevoelig voor onderwatergeluid, en de Waddenzee ligt in een druk bevaren en bebouwd gebied. Scheepvaartverkeer, bouw van windparken op zee en militaire activiteiten kunnen het echolocatievermogen van bruinvissen verstoren. Bruinvissen gebruiken echolocatie om te navigeren en prooi te vinden, en harde geluidspieken kunnen ze tijdelijk of permanent beschadigen.

Bijvangst in staand want, een type visnet dat verticaal in het water staat, is een andere bekende bedreiging. Bruinvissen kunnen verstrikt raken en verdrinken. In de Waddenzee wordt nog steeds gevist met dit soort netten, hoewel de regelgeving rondom bijvangst steeds verder wordt aangescherpt vanuit Europese natuurwetgeving.

Plasticvervuiling en chemische stoffen in het water zijn een derde zorg. Bruinvissen staan hoog in de voedselketen en stapelen verontreinigende stoffen op in hun vetweefsel. Hoge concentraties van bepaalde chemicaliën kunnen hun immuunsysteem aantasten en de voortplanting beïnvloeden.

Wat merk je zelf als je een bruinvis ziet?

Bruinvissen zijn klein vergeleken met dolfijnen, gemiddeld zo’n 1,4 tot 1,9 meter lang. Ze maken nauwelijks sprongs of acrobatische bewegingen zoals tuimelaars. Wat je ziet is een korte, grijsbruine rug die even boven het wateroppervlak komt, vaak gevolgd door een kleine driehoekige vin, en dan zijn ze weer weg. Het is een vluchtige, stille verschijning.

Het geluid dat ze maken, een soort puf als ze ademen, is soms eerder te horen dan het dier zelf te zien is. Dat “niezen” is een veelgehoord signaal voor waarnemers op bootdekken langs de Waddenzee.

Of de Waddenzee uiteindelijk een eigen, vaste bruinvispopulatie blijkt te herbergen, hangt af van lopend onderzoek. Wat nu al duidelijk is: de bruinvis voelt zich thuis in dit getijdengebied, en de kans dat je er een tegenkomt groeit met de jaren. Houd bij een overtocht naar een Waddeneiland dus de geulen in de gaten.

Scroll naar boven