Een gewone zeehond kan gemiddeld 10 tot 20 minuten onder water blijven zonder adem te halen. Dat klinkt indrukwekkend, maar sommige soorten doen het nog veel langer. De precieze tijd hangt af van de soort, de leeftijd en wat de zeehond onder water aan het doen is.
Hoe lang kunnen zeehonden onder water blijven per soort?
De gewone zeehond (Phoca vitulina), de soort die je in Nederland het meest tegenkomt, houdt het gemiddeld 10 tot 20 minuten vol. Maar er zijn grote verschillen tussen soorten. De olifantzeehond is de absolute kampioen: die kan wel 60 tot 80 minuten onder water blijven en duikt daarbij tot meer dan 1.500 meter diep. Dat is een wereld van verschil vergeleken met zijn kleinere neefjes op de Zeeuwse en Friese kusten.
Jonge zeehonden kunnen nog niet zo lang duiken als volwassen exemplaren. Hun lichaam moet daar eerst de capaciteit voor opbouwen, wat de eerste levensmaanden en -jaren geleidelijk gebeurt.
Wat maakt het zeehondenlichaam zo geschikt voor lange duiken?
Zeehonden zijn door de natuur uitgerust met een aantal slimme aanpassingen die lange duiktijden mogelijk maken.
- Hoog myoglobinegehalte: Hun spieren bevatten veel myoglobine, een eiwit dat zuurstof opslaat. Dat is ook de reden dat zeehondenvlees zo donkerrood van kleur is.
- Hartslag daalt drastisch: Zodra een zeehond duikt, zakt zijn hartslag van zo’n 100 tot 120 slagen per minuut naar soms maar 4 tot 15 slagen per minuut. Dit heet de duikreactie, en het spaart enorm veel zuurstof.
- Doorbloeding wordt omgeleid: Tijdens een duik krijgen alleen de vitale organen zoals het hart en de hersenen nog goed bloed. De ledematen worden tijdelijk slechter doorbloed.
- Grote bloedvolumes: Zeehonden hebben in verhouding tot hun lichaamsgewicht meer bloed dan mensen, en dat bloed kan veel meer zuurstof binden.
Al deze aanpassingen samen zorgen ervoor dat een zeehond zijn zuurstofvoorraad zo zuinig mogelijk gebruikt tijdens een duik.
Wat doen zeehonden zo lang onder water?
Zeehonden duiken vooral om te jagen. Ze eten vis, inktvis en schaaldieren, en vinden die niet altijd vlak aan de oppervlakte. Hoe dieper de prooi zit, hoe langer de duik duurt. Na een lange duik rust een zeehond even aan de oppervlakte om zijn zuurstofniveau weer op peil te brengen, waarna hij direct opnieuw kan duiken. Op een dag kunnen ze tientallen duiken maken.
Slapen doen zeehonden overigens ook gedeeltelijk onder water. Ze kunnen dan in een soort halfslaap drijven net onder het oppervlak, met af en toe een korte adem aan de oppervlakte. Dit heet unihemisferisch slapen: één hersenhelft rust, de andere blijft actief.
Ter vergelijking: mensen versus zeehonden
Een gemiddeld mens houdt zijn adem in rust zo’n 1 tot 2 minuten in. Getrainde vrijduikers halen soms 5 tot 8 minuten, maar dat is uitzonderlijk. Een gewone zeehond doet dat dus moeiteloos drie tot tien keer zo lang, en grote soorten als de olifantzeehond zelfs veertig keer zo lang. Dat verschil zit hem volledig in de biologische aanpassingen, niet in training of wilskracht.
De duiktijd van 10 tot 20 minuten voor de gewone zeehond geldt als een goede vuistregel, maar in de praktijk maken zeehonden ook veel kortere duiken van een paar minuten wanneer ze vlak bij de kust jagen op ondiepe bodem. De maximale tijd is dus niet de gemiddelde tijd.




