Eb en vloed: zo werken getijden en wat je ervan merkt aan de kust

Getijden zijn een van de meest zichtbare verschijnselen aan de kust. Twee keer per dag loopt het water op en twee keer per dag trekt het zich terug. Wie op het strand staat en het water ziet stijgen of dalen, ziet een natuurkracht aan het werk die al miljoenen jaren bestaat. Toch weten veel mensen niet precies hoe dat werkt of waarom het water soms veel verder teruggaat dan andere keren. Dit blog legt het uit, stap voor stap.

De maan en de zon trekken aan het water

De belangrijkste oorzaak van eb en vloed is de aantrekkingskracht van de maan. De maan trekt aan de aarde en aan al het water op aarde. Aan de kant die het dichtst bij de maan is, bolt het water een beetje op. Dat noem je hoogwater. Tegelijk ontstaat er aan de andere kant van de aarde ook een opbollling, door de manier waarop de aarde en de maan om elkaar heen draaien. Terwijl de aarde ronddraait, passeer jij als bewoner van de kust twee keer per dag zo’n opbolling. Daardoor heb je op de meeste plaatsen ter wereld twee keer per dag hoogwater en twee keer laagwater. Ook de zon speelt een rol. De zon is veel verder weg dan de maan, maar zo groot dat zijn aantrekkingskracht toch meetelt. Als de zon en de maan op één lijn staan, versterken ze elkaars werking. Dan is het verschil tussen hoog en laag water extra groot. Dat heet springtij. Als ze haaks op elkaar staan, is het verschil juist klein. Dat heet doodtij.

Hoe groot het verschil is hangt af van de plek

Op sommige plaatsen in de wereld is het verschil tussen hoogwater en laagwater enorm. In de Bay of Fundy in Canada kan het water meer dan vijftien meter stijgen. In de Middellandse Zee is dat verschil bijna nul, omdat die zee vrijwel afgesloten is van de oceaan. Aan de Nederlandse kust bedraagt het verschil gemiddeld zo’n anderhalve tot twee meter, afhankelijk van de locatie. In Bergen aan Zee, een klein badplaatsje in Noord-Holland, zie je dit verschil goed op het strand. Bij laagwater ligt er een breed stuk nat zand bloot. Bij hoogwater staat het water tot aan de duinen. De vorm van de kustlijn en de diepte van de zee bepalen mede hoe sterk het water stijgt en daalt. Smalle zeestraten en ondiepe baaien kunnen het effect versterken, waardoor de waterstand plaatselijk hoger uitvalt dan de omringende zee.

Wat je op het strand merkt van eb en vloed

Voor strandgangers maakt het moment van eb of vloed een groot verschil. Bij laagwater is het strand het breedst en liggen schelpen, strandkrabben en soms zelfs kleine visjes bloot in de getijdenpoeltjes. Die poeltjes zijn kleine waterreservoirs die overblijven als het water teruggaat. Ze zitten vol met zeewier, kleine slakjes en andere kuststrandleven. Bij hoogwater verdwijnt een groot deel van het strand onder water en is er veel minder ruimte om te lopen of te liggen. Wie wil vissen, surfen of wandelen, houdt rekening met de stand van het water. Op websites en apps zijn getijdentabellen te vinden die per dag en per locatie aangeven wanneer het water hoog of laag staat. Die informatie is nuttig voor iedereen die aan het strand wil zijn op het moment dat dat het prettigst is.

Getijden en de natuur zijn onlosmakelijk verbonden

De regelmatige afwisseling van droog en nat is voor veel dieren en planten een voorwaarde om te leven. Wadvogels zoals scholeksters en wulpen zoeken hun voedsel precies in de zone die bij laagwater droogvalt. Ze pikken wormen en schelpdieren uit het natte zand. Zodra het water terugkomt, verhuizen ze naar hogere gronden. Mosselen en zeepokken leven op rotsen in de getijdenzone en zijn aangepast aan het afwisselend droog en nat staan. Ze sluiten zich af als het water weg is en openen zich als ze weer onder water komen te staan om te eten. In gebieden als de Waddenzee is dit ritme de basis van het hele ecosysteem. Duizenden soorten vogels, vissen en bodemdieren zijn afhankelijk van de cyclus die de maan elke dag opnieuw in gang zet. Verstoringen in dit patroon, door stormen of extreme weersomstandigheden, kunnen grote gevolgen hebben voor de dieren die er van afhankelijk zijn.

Veelgestelde vragen

Hoe vaak per dag is er hoogwater aan de Nederlandse kust?
Aan de Nederlandse kust is er gemiddeld twee keer per dag hoogwater en twee keer per dag laagwater. Tussen twee opeenvolgende hoogwaters zit ongeveer twaalf uur en vijfentwintig minuten. Daardoor verschuift het tijdstip van hoogwater elke dag iets.

Wat is het verschil tussen springtij en doodtij?
Bij springtij staan de maan en de zon op één lijn ten opzichte van de aarde. Hun aantrekkingskrachten werken dan samen, waardoor het verschil tussen hoog en laagwater groter is dan normaal. Bij doodtij staan ze haaks op elkaar en is dat verschil juist kleiner.

Waarom staat er niet overal ter wereld twee keer per dag hoogwater?
De vorm van de kustlijn, de diepte van de zee en de ligging van een zee of oceaan bepalen hoe het water reageert op de aantrekkingskracht van de maan. In afgesloten zeeën zoals de Middellandse Zee is de invloed van het getij nauwelijks merkbaar. Op sommige plaatsen in de wereld is er maar één keer per dag hoogwater.

Is het gevaarlijk om bij laagwater ver het wad op te lopen?
Op het wad kan het water snel terugkomen, soms sneller dan je kunt lopen. Bovendien is de bodem ongelijk en kun je wegzakken in het slik. Wie het wad op wil, doet dat het veiligst onder begeleiding van een gids die de omgeving en de tijden van eb en vloed goed kent.

Scroll naar boven